Soms kan je pas iets later delen.

Deel I

Er zijn verhalen die je niet meteen deelt.

Niet omdat je ze geheim wilt houden, maar omdat je eerst zelf moet verwerken wat er is gebeurd. Het verhaal van mijn zwangerschap en bevalling van Nalina is zo’n verhaal.

Mensen denken vaak dat ze veel van mij weten, omdat ik open ben en veel deel. Maar wat ik deel, deel ik bewust. Dat geldt ook voor mijn blog. Ik schrijf over dingen wanneer het voor mij goed voelt.

Nu Nalina’s eerste verjaardag dichterbij komt, merk ik dat ik steeds meer rust heb gevonden in alles wat er is gebeurd. En juist daarom voelt dit als het moment om dit verhaal te vertellen.

De aanleiding was een bericht dat ik vandaag voorbij zag komen. Een oma deelde het verdriet dat zij tijdens de zwangerschap zowel haar kleindochter als haar kleinzoon verloor. Het raakte me diep en bracht me direct terug naar mijn eigen zwangerschap.

Een zwangerschap die allesbehalve zorgeloos was.

De zwangerschap zelf had ik deels met jullie gedeeld, maar misschien niet hoe zwaar het werkelijk was. Zelfs de verloskundige noemde het op een gegeven moment zwangerschapsbingo. Alles wat je tijdens een zwangerschap liever niet meemaakt, leek voorbij te komen.

Ik had HG, maar doordat ik eerder een maagverkleining had gehad, duurde het lang voordat duidelijk werd dat het daadwerkelijk HG was. Veel klachten werden daaraan toegeschreven. Ik had een vitamine B12-tekort, een lage bloeddruk waardoor ik regelmatig bijna flauwviel, ik kon nauwelijks eten en was voortdurend misselijk. En dat is nog maar een deel van alles wat er speelde.

Op een gegeven moment, een paar weken voor de uitgerekende datum, was ik volledig uitgeput. Echt uitgeput. Niets lukte meer. Zelfs normaal opstaan voelde als een opgave. Ik zat bijna dagelijks in het ziekenhuis omdat het gewoon niet goed ging. Mijn lichaam was op, mijn energie was op en ik kon simpelweg niet meer.

Uiteindelijk werd besloten dat Nalina op 11 juli gehaald zou worden. Maar zoals eigenlijk de hele zwangerschap al was verlopen, liep ook dat anders dan verwacht. Ik moest me die ochtend om acht uur melden, maar om zes uur braken mijn vliezen spontaan. Bij zowel Nadin als Lyad waren mijn vliezen nooit vanzelf gebroken, dus ik had daar helemaal geen rekening mee gehouden.

Opgenomen worden voelde ergens als een opluchting. We waren er bijna. Na maanden van ziek zijn, ziekenhuisbezoeken, onzekerheid en uitputting zou ik mijn dochter eindelijk ontmoeten.

Tegelijkertijd was ik doodsbang voor de ruggenprik. Niet eens voor de prik zelf, maar voor alles wat ik erover had gehoord en wat zich in mijn hoofd had afgespeeld. Ik wilde maar één ding: dat die ruggenprik erin zat en dat alles goed zou gaan.

Vlak voordat de ruggenprik werd gezet, gebeurde er iets waardoor ik me niet helemaal gerust voelde. De anesthesist pakte een van de voorbereide zakjes en zei dat er van alles ontbrak. Ik weet niet meer precies wat er miste, maar ik weet nog wel dat hij ineens zelf dingen bij elkaar moest zoeken. Op dat moment kreeg ik een ongemakkelijk gevoel. Zo’n gevoel dat je niet kunt plaatsen, maar dat toch ergens blijft hangen.

Toen de ruggenprik eenmaal was gezet, viel die spanning direct van me af. Het was gelukt. Eindelijk kon ik ademhalen. Tenminste, dat dacht ik.

Vrijwel direct nadat ik moest gaan liggen, voelde ik dat er iets veranderde. Ik keek mijn man aan en zei dat ik duizelig was. Niet veel later kwam de misselijkheid opzetten en vertelde ik hem dat ik moest overgeven. Mijn hoofd voelde licht, alsof alles langzaam begon weg te glijden.

Zelfs nu ik dit opschrijf, zie ik het nog voor me. De kamer. De klok. De gezichten om me heen. Mijn man die naast me stond en volledig verstijfde. Alsof hij niet precies begreep wat er gebeurde, maar wel wist dat het niet goed was.

Wat me misschien nog het meest is bijgebleven, is de blik van de anesthesist. Ik herinner me een fractie van een seconde waarin ik paniek in zijn ogen zag. Een blik die ik op dat moment niet kon plaatsen, maar die ik nooit meer ben vergeten. Het was alsof hij zich ineens realiseerde dat er iets ernstig misging.

Ik probeerde me vast te houden aan alles wat ik nog kon zien. Aan de klok. Aan mijn man. Aan de stemmen om me heen. Maar alles werd steeds waziger. Het voelde alsof ik langzaam uit de kamer verdween terwijl ik er nog gewoon lag.

En toen viel ik weg.

Wat ik op dat moment niet wist, was dat de mensen om mij heen ondertussen alles op alles zetten. Dat het niet zomaar duizeligheid was. Dat het niet zomaar misselijkheid was. En dat de minuten die volgden later zouden worden omschreven als minuten waarin het heel anders had kunnen aflopen.

Maar wat er precies gebeurde vertel ik in deel 2

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.